De olieprijs staat op het laagste niveau in veertien jaar en een voorheen lucratieve branche in Afrika heeft eronder de lijden. Piraterij is flink afgenomen in de Golf van Guinee.

“Met de olieprijs onder de 30 dollar per vat is piraterij niet langer de winstgevende business die het was toen de prijs op 106 dollar per vat stond, een paar jaar geleden”, zegt directeur van het regionale samenwerkingsverband Gulf of Guinea Commission Florentina Adenika Ukonga tegen Bloomberg. Acht landen aan de West-Afrikaanse Golf van Guinee zijn lid van deze commissie.

Nigeria en Angola, de twee voornaamste olieproducenten in Afrika, zijn beiden lid. Ukonga benadrukt dat terwijl de dreiging minder is, de landen moeten blijven samenwerken om de veiligheid in de regio te coördineren. Het risico bestaat dat de criminaliteit hand in hand toeneemt met een stijgende olieprijs.

Een Brits maritiem instituut, Dryad Maritime, publiceerde eerder dit jaar een artikel waarin het spreekt van een “ongekende pauze van vijf maanden in piraterij in de Golf van Guinee”. Dat schreef CEO Ian Millen.

Kwetsbaar in Singapore

Aan de andere kant van de wereld bij Singapore liggen veel schepen langer werkloos voor anker. Vooral LNG- en olietankers moeten door de afnemende vraag naar brandstof langer wachten op een nieuwe lading. Ze zijn daardoor kwetsbaar voor aanvallen vanaf nabije eilandjes, schrijft een onderzoeksinstituut van de Singaporese Nanyang Technical University.

Piraterij in de Golf van Guinee was overigens nooit groter dan in de Golf van Aden, rondom het anarchistische Somalië. In de jaren negentig was er vooral maritieme diefstal in de Zuid-Chinese Zee.

Toen de piraterij rond Somalië op z'n hoogtepunt was, ging het tarief voor verzekeringen omhoog van 0,05 procent van de ladingwaarde tot 0,175 procent, aldus maritieme verzekeraar Towergate.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl